Voor je gaat schrijven zou je alvast moeten nadenken over:
- Voor wie ga je schrijven (de doelgroep)?
Bijvoorbeeld voor 12+.
- Wie zijn je (hoofd)personen?
Welke kinderen komen in je verhaal voor? Hoe oud zijn ze? Hoe zien ze eruit? Wat is hun karakter? Hoe ontwikkelen ze zich?
- Hoe vertel je je verhaal?
Is er een "ik" die het verhaal vertelt of is er een "hij" of "zij" die het verhaal vertelt?
- Wat voor soort verhaal ga je schrijven (het genre)?
Bijvoorbeeld sprookje, een realistisch verhaal, een fantasieverhaal, een griezelverhaal.
- Wat is je onderwerp: waar gaat je verhaal over (thema)?
Bijvoorbeeld vriendschap, paarden, weglopen van huis, ruimtewezens, boos-zijn.
- Wat gebeurt er allemaal in het verhaal?
Zet die gebeurtenissen in de goede volgorde en verdeel ze, als dat nodig is, over een paar hoofdstukken (de opbouw). Bedenk van tevoren het einde van het verhaal. Belangrijk is: alles wat je vertelt, moet een functie hebben!
- Waar speelt het verhaal zich af (de ruimte)?
Bijvoorbeeld op school, in het verleden, in een winters landschap, in een ver land.
- Wanneer speelt het verhaal zich af (de tijd)?
Bijvoorbeeld in het verleden, nu, in de toekomst. En hoeveel tijd gaat er voorbij?
Maar onderweg kan er nog van alles gewijzigd worden. Let er goed op dat het spannend blijft en geef je verhaal ergens een verrassende wending. Laat je hoofdpersonen veranderen door wat ze meemaken. Let erop dat je verhaal geloofwaardig blijft.
Zorg ervoor dat je opbouw goed is. Denk om alinea’s en schrijf de dialogen met juist gebruik van de leestekens. Kijk voor een voorbeeld maar in één van mijn boeken.
Geen enkel verhaal kan in één keer geschreven worden. Kom je er niet meer uit, leg het weg en schrijf later pas verder.
Veel lezen en schrijven is de beste oefening! Succes!
Naar boven